Uitspraak
18.1382 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de renteschade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek met zwangerschapsgerelateerde klachten en kreeg ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en arbeidsdeskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het protocol voor chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) niet correct was toegepast en dat zij verdergaande beperkingen had. Zij stelde dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige had benoemd en verzocht om vergoeding van renteschade. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig was, waarbij de vermoeidheidsklachten serieus waren meegenomen en passende beperkingen waren vastgesteld.
De Raad stelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen en dat deze stukken niet leidden tot twijfel aan het oordeel van het UWV. De inhoudelijke beoordeling bevestigde dat er geen aanwijzingen waren voor verdergaande beperkingen. Het verzoek om vergoeding van renteschade werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het verzoek om vergoeding van renteschade wordt afgewezen.