ECLI:NL:CRVB:2019:4307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering
Appellante was werkzaam als medewerkster studentenservice en meldde zich ziek op 16 oktober 2013. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe en weigerde later een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was vastgesteld. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 21 januari 2016 een juiste weergave van de beperkingen bevatte en dat de vermeende gegeneraliseerde angststoornis niet medisch onderbouwd was.
De Raad oordeelde dat appellante met haar havo-diploma voldoet aan de opleidingseis voor de geselecteerde functies en dat deze functies medisch en arbeidskundig passend zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.