ECLI:NL:CRVB:2019:433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- P.W. van Straalen
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet gemelde onroerende zaken in Turkije
Appellant ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en bijstand over een lange periode. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) ontdekte via onderzoek dat appellant onroerende zaken in Turkije bezat die niet waren gemeld, waardoor hij de inlichtingenverplichting zou hebben geschonden. De SVB trok de bijstand en AIO aan appellant in en vorderde een bedrag van ruim €32.000 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat hoewel appellant inderdaad onroerende zaken bezat, het niet aannemelijk is dat hij geen kennis had van deze eigendommen. Wel is geoordeeld dat de hoogte van de terugvordering onevenredig is, omdat de SVB niet voldoende rekening hield met de periode waarin appellant mogelijk wel recht op bijstand had gehad.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de terugvordering betreft en draagt de SVB op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij een juiste berekening van de terugvordering moet worden gemaakt. Tevens wordt de SVB veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering wordt vernietigd voor zover het de hoogte betreft, met opdracht aan de SVB een nieuwe beslissing te nemen.