ECLI:NL:CRVB:2019:4355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvragen Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen wegens ontbreken gewijzigde omstandigheden
Appellanten ontvingen tot november 2016 een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO), die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) per 1 februari 2014 werd ingetrokken en teruggevorderd vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding in de woning van appellante 1. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen hiertegen ongegrond, en appellanten gingen hiertegen niet in hoger beroep.
Vervolgens dienden appellanten nieuwe aanvragen in voor de AIO, welke door de Svb werden afgewezen omdat zij geen gewijzigde omstandigheden hadden aangetoond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze afwijzing en benadrukt dat bij een nieuwe aanvraag na intrekking wegens gezamenlijke huishouding de aanvrager in beginsel volstaat met een onderbouwde stelling dat hij op een ander adres woont dan de vermeende partner. Indien de Svb aan die stelling twijfelt, dient zij nader onderzoek te verrichten.
Appellanten hebben echter nagelaten hun stelling dat er geen gezamenlijke huishouding meer was te onderbouwen en verwezen slechts naar de onderzoeksplicht van de Svb. Dit is onvoldoende om de afwijzing te doorbreken. De hoger beroepen worden daarom verworpen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvragen voor AIO-aanvulling zijn terecht afgewezen wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden.