ECLI:NL:CRVB:2019:483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en hoger beroep inzake eigen bijdrage persoonsgebonden budget WMO
Appellant, als professioneel gemachtigde van een cliënt, maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Weert over de eigen bijdrage bij een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend op grond van de Wmo. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van 29 april 2016 geen besluit zou zijn en niet gericht was aan appellant.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders: de brief van 29 april 2016 is wel een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb, maar is onmiskenbaar gericht aan de cliënt van appellant en aan appellant toegezonden als gemachtigde. Appellant is zelf geen belanghebbende bij het besluit, waardoor zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Het verzoek van appellant om een getuige op te roepen werd afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Limburg en wijst het hoger beroep van appellant af.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.