ECLI:NL:CRVB:2019:51
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Avedissian
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Ontslag docent wegens onbekwaamheid en ongeschiktheid na conflicten over onderwijsprogramma
Appellant was sinds 2004 docent aan de Universiteit van Amsterdam en verzorgde onderwijs in vakken zoals Cultuurpatronen en Wetenschapsfilosofie. Na een visitatierapport in 2013 en een daaropvolgend herstelplan werd het onderwijsprogramma aangepast, wat leidde tot conflicten tussen appellant en het faculteitsbestuur. Hoewel appellant aanvankelijk instemde met de wijzigingen, verzette hij zich later tegen de nieuwe onderwijsinhoud en weigerde hij zich daaraan te conformeren.
Tijdens de bezetting van het Bungehuis en Maagdenhuis in 2015 was appellant actief, maar verwaarloosde hij zijn onderwijstaken. Het college van bestuur ontheefde hem van zijn taken en stelde hem later non-actief. Na mediationpogingen en gesprekken over zijn functioneren en houding, besloot het college appellant te ontslaan wegens onbekwaamheid en ongeschiktheid, onder meer vanwege zijn niet-coöperatieve houding en het niet naleven van afspraken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant gebonden was aan het onderwijsprogramma en dat zijn beroep op academische vrijheid niet opging. Het college had voldoende concrete gedragingen aangetoond die zijn ongeschiktheid onderbouwden. Ook was het college bevoegd en redelijk in het ontslagbesluit. Het beroep op bescherming van de WOR slaagde niet omdat appellant daar niet onder viel.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het ontslag van de docent wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt bevestigd.