ECLI:NL:CRVB:2019:548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor orthopedisch schoeisel wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de niet door de zorgverzekeraar vergoede kosten van orthopedisch schoeisel. Het college wees dit af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en de Zorgverzekeringswet een toereikende voorliggende voorziening biedt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep met het argument dat zeer dringende redenen bestonden vanwege het risico op ernstige invaliditeit zonder de schoenen. Het college handhaafde het besluit op de grond dat de eigen bijdrage onder de Zorgverzekeringswet een bewuste keuze is en dus geen bijzondere bijstand rechtvaardigt.
De Raad constateerde een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar ging hieraan voorbij omdat belanghebbende daardoor niet benadeeld werd. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om te stellen dat sprake is van een acute noodsituatie of blijvend ernstig letsel.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor orthopedisch schoeisel wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.