ECLI:NL:CRVB:2019:590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen op achttiende jaar
Appellant, geboren in 1991, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens psychische klachten en beperkingen. Het UWV wees de aanvraag af op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, wat ook door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij op zijn achttiende jaar niet arbeidsbekwaam was en betwistte de zorgvuldigheid van het onderzoek. De Raad beoordeelde het medisch en arbeidskundig bewijs, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, en concludeerde dat appellant wel in staat was om ten minste een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar was.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat appellant basale werknemersvaardigheden bezat en taken in een arbeidsorganisatie kon uitvoeren. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellant op zijn achttiende jaar over arbeidsvermogen beschikte.