ECLI:NL:CRVB:2019:615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens beroepsmatige hennepteelt zonder melding
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een adres waar op 5 oktober 2015 een hennepkwekerij werd aangetroffen met 58 planten. De politie en de gemeente stelden vast dat appellant deze kwekerij exploiteerde en dit niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht inhoudt.
Het college van burgemeester en wethouders trok het recht op bijstand met ingang van 1 februari 2015 in en vorderde de bijstandskosten over die periode terug. Appellant voerde aan dat de teelt uitsluitend voor eigen gebruik was en pas vanaf mei 2015 begon, maar dit werd verworpen omdat het aantal planten en de professionele inrichting duiden op beroepsmatige teelt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de exploitatie vanaf 1 februari 2015 kon worden aangenomen en dat het college niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.