ECLI:NL:CRVB:2019:617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige maatregel verlaging bijstand wegens vermeende weigering weekendwerk
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en volgde een re-integratietraject met een proefplaatsing als schoonmaker. De werkgever stopte de proefplaatsing omdat appellant weigerde in het weekend te werken. Het college legde daarop een maatregel van 100% verlaging van de bijstand op.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze maatregel ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellant wist dat weekendwerk verplicht was. De proefplaatsingsovereenkomst vermeldde geen weekendwerk en de communicatie tussen werkgever en appellant ondersteunt het standpunt van appellant dat hij niet vooraf was geïnformeerd.
Daarnaast was de beslissing namens een niet-bevoegde commissie genomen, maar dit was niet doorslaggevend voor de vernietiging. De Raad vernietigt het besluit en herroept de maatregel, veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De maatregel verlaging bijstand wegens vermeende weigering weekendwerk wordt vernietigd en herroepen.