ECLI:NL:CRVB:2019:697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over beëindiging Wajong-uitkering wegens voldoende belastbaarheid
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd en aanvankelijk toegekend gekregen op basis van een functionele beperkingenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek. Het UWV heeft later geoordeeld dat appellante meer dan 75% van het maatmaninkomen kan verdienen en heeft de uitkering beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit en stelde dat haar beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, met name door psychische aandoeningen zoals ADHD en borderline, en lichamelijke klachten. Zij overlegde medische informatie van haar behandelend klinisch psycholoog en radioloog ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de functionele beperkingen juist waren vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling. De Raad stelde vast dat de medische gegevens geen nieuwe beperkingen aantonen en dat er geen grond is voor een urenbeperking.
De Raad concludeerde dat appellante in staat is de geselecteerde functies te verrichten en bevestigde het besluit van het UWV om de Wajong-uitkering te beëindigen per 7 december 2015. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet langer recht heeft op een Wajong-uitkering omdat zij voldoende belastbaar is.