ECLI:NL:CRVB:2019:743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit woonkostentoeslag en verrekening voorlopige belastingteruggave
Appellante ontvangt bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet en een woonkostentoeslag voor haar koopwoning. Na een aanvraag voor verlenging van de toeslag heeft het college de voorlopige teruggave inkomstenbelasting als inkomen aangemerkt en deze in mindering gebracht op de totale woonkostentoeslag, wat leidde tot een lagere uitkering.
Het college verklaarde het bezwaar tegen deze verrekening ongegrond en de rechtbank bevestigde dit besluit. Appellante stelde in hoger beroep dat de teruggave onterecht werd verrekend, omdat de woonkostentoeslag vergelijkbaar zou zijn met huurtoeslag en daarom niet verminderd mag worden.
De Raad oordeelt echter dat de voorlopige teruggave inkomstenbelasting volgens de Participatiewet als inkomen moet worden beschouwd en daarom terecht in mindering is gebracht op de woonkostentoeslag. Een vergelijking met huurtoeslag gaat niet op vanwege het verschillende karakter en doel van de toeslagen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verrekening van de voorlopige belastingteruggave op de woonkostentoeslag wordt bevestigd.