ECLI:NL:CRVB:2019:776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstel dagloonberekening in WIA-uitkering
Appellant, sinds 2007 havenmedewerker, meldde zich in december 2013 ziek. Het UWV kende hem in 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een vastgesteld dagloon. Appellant maakte bezwaar tegen het dagloon en de mate van arbeidsongeschiktheid, stellende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er nog behandelmogelijkheden waren en dat het dagloon correct was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel duurzaam arbeidsongeschikt is en dat het dagloon onjuist is vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellant zijn claim van duurzame arbeidsongeschiktheid niet met medische gegevens kon onderbouwen en onderschreef de rechtbank. Wel stelde de Raad vast dat de dagloonberekening onjuist was en gaf het UWV opdracht dit te herstellen door een nieuwe berekening te maken.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 februari 2019, waarbij het UWV binnen vier weken het gebrek in het besluit moet herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het dagloon opnieuw te berekenen vanwege een gebrek in het bestreden besluit.