ECLI:NL:CRVB:2019:785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens juiste medische beoordeling en functionele mogelijkhedenlijst
Appellant was werkzaam als projectmanager vanaf 14 november 2013 tot 2 december 2013, waarna hij uitviel wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van medische onderzoeken en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) vast dat appellant vanaf het begin ongeschikt was voor de functie projectmanager en dat hij per einde wachttijd geschikt was voor andere functies, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond.
Appellant betwistte deze conclusies en voerde aan dat zijn gezondheidssituatie pas na aanvang van de werkzaamheden verslechterde en dat zijn beperkingen per einde wachttijd werden onderschat. Na bezwaar en beroep werden de FML's aangepast en uitgebreid met beperkingen door medicijngebruik. De arbeidsdeskundige handhaafde het oordeel dat appellant vanaf het begin ongeschikt was voor projectmanager en stelde een geringe mate van arbeidsongeschiktheid vast per einde wachttijd.
De rechtbank vond de medische beoordeling zorgvuldig en de conclusies juist, en oordeelde dat het UWV terecht geen WIA-uitkering toekende. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel, bevestigde dat de FML 5 een juiste weergave van de beperkingen bevat en dat appellant per einde wachttijd geschikt was voor de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege juiste medische beoordeling en functionele mogelijkhedenlijst.