ECLI:NL:CRVB:2019:89
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling belastbaarheid
Appellant was werkzaam als tuinbouwmedewerker en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde daarom zijn Ziektewetuitkering per 9 juli 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat de onderzoeken zorgvuldig waren en de beperkingen niet waren onderschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, dat de functie van productiemedewerker metaal- en elektro-industrie ongeschikt was vanwege handbelasting, en dat zijn procespositie ongelijk was door het ontbreken van een onafhankelijke medisch deskundige.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de onderzoeken zorgvuldig en volledig waren, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten te onderbouwen en dat er geen aanleiding was een onafhankelijke deskundige te benoemen. De arbeidsdeskundige had de functies adequaat gemotiveerd en de belastbaarheid van appellant was juist ingeschat. Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bevestigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.