ECLI:NL:CRVB:2019:897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij afwijzing jeugdhulp
Appellante, met een licht verstandelijke beperking en een nierziekte, had jeugdhulp aangevraagd voor persoonlijke verzorging en begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) voor het katheteriseren van haar blaas. Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld wees deze aanvraag bij besluit van november 2015 af, wat bij bezwaar in maart 2016 werd bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij in staat was zichzelf te katheteriseren en dat de geboden training voldoende aanvullende begeleiding bood. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen twijfel had geuit over haar zelfredzaamheid en verwees naar een pgb dat zij sinds juni 2016 van haar zorgverzekeraar ontvangt voor verpleging bij het katheteriseren.
De Raad toetste ambtshalve of appellante nog voldoende procesbelang had, gelet op het feit dat de periode waarover de Jeugdwet-aanvraag ging al verstreken was en dat zij inmiddels zorg ontving via de Zorgverzekeringswet. Appellante verscheen niet op de zitting om haar procesbelang toe te lichten, waardoor niet is gebleken dat zij nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.