ECLI:NL:CRVB:2019:912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens overschrijding bijstandsnorm door lening
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet voor de periode vanaf 24 augustus 2016. Hij had in die periode een lening van zijn neef ontvangen van in totaal €4.320,-, terwijl de toepasselijke bijstandsnorm €1.733,66 bedroeg. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af voor de periode 24 augustus tot 17 oktober 2016, omdat het meerdere aan leningen ontvangen bedrag het recht op bijstand uitsloot.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Appellant stelde dat de bijstandsnorm verhoogd moest worden met misgelopen toeslagen en kindgebonden budget, en dat rekening gehouden moest worden met extra kosten door verblijf in een hotel.
De Raad oordeelde dat de Participatiewet geen grondslag biedt om de bijstandsnorm te verhogen met misgelopen toeslagen of extra verblijfskosten. Gezien de lening die hoger was dan de bijstandsnorm, moest het meerdere bedrag tot het inkomen worden gerekend, waardoor geen recht op bijstand bestond. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op bijstand omdat de lening de toepasselijke bijstandsnorm overschrijdt.