ECLI:NL:CRVB:2019:95
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag voor kind woonachtig in Egypte
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn kinderen, waaronder een dochter en een zoon die in Egypte wonen. De kinderbijslag voor de dochter werd beëindigd toen zij in juni 2015 naar Egypte vertrok voor onderwijs. Voor de zoon werd kinderbijslag geweigerd vanaf het derde kwartaal van 2015 omdat hij volgens de gemeente sinds juni 2015 in Egypte woont.
Appellant stelde dat de zoon pas vanaf september 2016 in Egypte woonde en dat hij in Nederland verbleef met slechts korte bezoeken aan Egypte. De Raad beoordeelde de woonplaats aan de hand van alle omstandigheden, waarbij een duurzame persoonlijke band met Nederland doorslaggevend is.
Gezien de paspoortgegevens, reisdata en verklaringen concludeerde de Raad dat de zoon niet in Nederland woonde gedurende de periode in geschil. De band met Nederland was onvoldoende duurzaam, mede door zijn jonge leeftijd en Egyptische nationaliteit. De rechtbank had het besluit tot weigering van kinderbijslag terecht gehandhaafd en de Raad bevestigde deze uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat het kind niet in Nederland woont.