ECLI:NL:CRVB:2019:956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde geldleningen van familieleden
Appellanten ontvingen vanaf december 2014 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellanten niet hadden gemeld dat zij vanaf maart/april 2014 geldleningen van familieleden ontvingen.
De Raad oordeelde dat kasstortingen en bijschrijvingen op de bankrekening als middelen worden beschouwd en dat geldleningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip. Appellanten hadden de geldleningen onverwijld moeten melden, wat zij niet deden, waardoor zij hun inlichtingenverplichting schonden.
Appellanten konden niet aannemelijk maken dat zij recht hadden op bijstand in de betreffende periode, omdat zij geen verifieerbare gegevens konden overleggen. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de intrekking van de bijstand en de terugvordering van € 26.564,42.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering van € 26.564,42 worden bevestigd wegens niet gemelde geldleningen.