ECLI:NL:CRVB:2020:1043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam bij een kippenslachterij, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts haar belastbaarheid vast via een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan beëindigde het UWV haar uitkering omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen reden was om te twijfelen aan de FML. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar rugklachten chronisch invaliderend zijn en dat het revalidatietraject had moeten worden afgewacht, maar deze gronden werden door de Raad verworpen.
De Raad benadrukte dat het UWV geen toezegging had gedaan over het afwachten van medische behandelingen en dat de bezwaarprocedure door een verzekeringsarts was uitgevoerd. Ook was er geen sprake van schending van het equality of arms-beginsel. Nieuwe medische gegevens betroffen een periode na de datum in geding en konden de vastgestelde belastbaarheid niet ondermijnen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek.