ECLI:NL:CRVB:2020:1050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, voormalig medewerker cleanroom, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarop de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar, maar het UWV handhaafde het besluit op basis van een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundige rapportage.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat er geen medische gegevens waren die de FML in twijfel trokken. Wel werd een procedureel gebrek vastgesteld, dat echter geen nadeel voor appellante opleverde. In hoger beroep voerde appellante aan benadeeld te zijn in haar procespositie en vroeg om een deskundige, stellende dat haar beperkingen werden onderschat.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische gegevens aan te dragen en dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden. De medische beoordeling was zorgvuldig en de functies waarop het UWV zich baseerde waren medisch passend. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellante na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.