ECLI:NL:CRVB:2020:1255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens onvoldoende procesbelang bij bijzondere bijstand aanvraag
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor isolatie van zijn meterkast en vervanging van zijn cv-ketel vanwege geluidsoverlast. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af, stellende dat de kosten noodzakelijk waren en door het inkomen gedekt konden worden, en dat de woningbouwvereniging verantwoordelijk was voor de cv-ketel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat appellant onvoldoende procesbelang had, mede omdat de situatie was gewijzigd: de geluidsoverlast was verholpen door vervanging van alle cv-installaties in het appartementencomplex en appellant was opgenomen in een verpleeghuis vanwege een terminale ziekte.
Gezien deze feiten oordeelde de Raad dat appellant geen feitelijke betekenis meer kon ontlenen aan een inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag en verklaarde het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.