ECLI:NL:CRVB:2020:1325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand bij procedure onderbewindstelling
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van rechtsbijstand bij een procedure over onderbewindstelling. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees dit af, omdat de Raad voor de Rechtsbijstand (RvR) deze kosten niet vergoedt als niet noodzakelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat de Wet op de rechtsbijstand als een toereikende voorliggende voorziening geldt en dat de RvR bewust heeft besloten geen toevoeging te verlenen omdat een advocaat niet noodzakelijk is.
Appellant voerde aan dat hij geen beroep kon doen op de RvR en dat de onderbewindstelling geen adequate oplossing bood, maar dit werd verworpen. Ook het beroep op zeer dringende redenen werd niet gehonoreerd. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand bij procedure onderbewindstelling wordt bevestigd.