ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op bijzondere bijstand voor eigen bijdrage kosten rechtsbijstand
Betrokkene, een alleenstaande ouder met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van €45 in de kosten van rechtsbijstand bij een huurgeschil. Het College van burgemeester en wethouders van Arnhem wees deze aanvraag af, stellende dat de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) een toereikende en passende voorliggende voorziening is.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het College. Het College ging in hoger beroep, stellende dat de Wrb en het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand als voorliggende voorziening moeten worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat de Wrb in beginsel toereikend is, maar dat de aanvraag van betrokkene specifiek ziet op de eigen bijdrage, waarvoor de Wrb geen volledige vergoeding biedt.
De Raad bevestigde dat bij gedeeltelijke vergoeding aanvullende bijzondere bijstand mogelijk is. De Raad verwees naar jurisprudentie en de Nota van Toelichting waarin expliciet wordt vermeld dat bijzondere bijstand kan worden verleend als men de eigen bijdrage niet kan betalen. De Raad concludeerde dat het College de aanvraag onterecht heeft afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de kosten van de eigen bijdrage als noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden aangemerkt en dat betrokkene niet over voldoende middelen beschikt om deze te betalen. Het College werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Betrokkene heeft recht op bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van €45 in de kosten van rechtsbijstand; het hoger beroep van het College wordt afgewezen.