Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
[appellant 4] te [woonplaats 5] 19/3166 AW
[appellant 6] te [woonplaats 7] (België) 19/3169 AW
[appellant 7] te [woonplaats 8] 19/3170 AW
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, werkzaam als Generalist [functie] bij de Landelijke Eenheid, verzochten de korpschef om hun werkzaamheden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013 te waarderen op het niveau van Senior [functie]. De korpschef wees dit verzoek af omdat de functies verschillende functiebeschrijvingen hebben, waarbij de Senior [functie] onder meer belast is met operationele sturing, wat bij de Generalist ontbreekt.
Appellanten maakten bezwaar en stelden dat zij dezelfde werkzaamheden verrichten als de Senior [functie], en beroepen zich op het gelijkheidsbeginsel en artikel 7 van Pro het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. De korpschef handhaafde zijn besluit, waarna appellanten beroep instelden bij de rechtbank Gelderland, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het verschil in functiebeschrijvingen en taken betekent dat geen sprake is van gelijke gevallen. Het feit dat Senior [functie] medewerkers niet alle taken uitvoeren doet hieraan niet af. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het internationale verdrag slaagt daarom niet. De Raad oordeelt dat de korpschef het verzoek terecht heeft afgewezen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek om met terugwerkende kracht geplaatst te worden in de functie van Senior [functie] is terecht afgewezen.