Uitspraak
19.2744 AW, 19/2745 AW
OVERWEGINGEN
2 oktober 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG1010). Naar het oordeel van de Raad was er op basis van de Bestuurlijke rapportage van 29 november 2016 voldoende grondslag voor de opgelegde ordemaatregelen, nu die rapportage aanleiding gaf voor het vermoeden van het plegen van strafbare feiten door in ieder geval de partner van appellante, die tijdens de huiszoeking in de woning aanwezig was. Appellante is in het rapport niet zelf als verdachte aangemerkt. Desondanks bestond wel aanleiding voor het vermoeden van (enige) betrokkenheid of bekendheid van haar met de strafbare feiten, onder meer nu volgens de rapportage één van de wapens in de slaapkamer is aangetroffen.