ECLI:NL:CRVB:2020:1466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor babyuitzet en verhuiskosten wegens voorzienbaarheid
Appellante, die sinds 2001 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van babyspullen en verhuizing. Het college wees deze aanvragen af omdat de kosten tot de incidentele algemene kosten van het bestaan behoren en uit het inkomen moeten worden voldaan tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, omdat appellante de kosten had kunnen voorzien en reserveren. Zij kon ook gespreide betaling toepassen. Medische klachten als gevolg van verkeersongelukken waren onvoldoende onderbouwd om bijzondere omstandigheden aan te tonen.
Ook voor de verhuizing waren geen bijzondere medische of sociale redenen die een plotselinge verhuizing noodzakelijk maakten. Appellante was al langer op zoek naar een andere woning, waardoor de kosten voorzienbaar waren. Het college hoefde geen huisbezoek af te leggen.
De Raad oordeelt dat het college het begrip bijzondere omstandigheden niet te beperkt heeft uitgelegd en bevestigt de aangevallen uitspraken. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand omdat de kosten voorzienbaar waren en appellante daarvoor had kunnen reserveren.