ECLI:NL:CRVB:2020:1470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending medewerkingsverplichting na niet-naleven uitnodigingen
Appellante ontving bijstand en had bijzondere bijstand aangevraagd voor dubbele huur en opknapkosten. Het college stuurde haar uitnodigingen voor gesprekken op 12 en 19 augustus 2016, met waarschuwing dat bij niet-naleving de bijstand kon worden ingetrokken. Appellante verscheen niet op deze afspraken.
Het college stelde dat de uitnodigingen persoonlijk in de brievenbus waren gedeponeerd. Appellante ontkende ontvangst, maar de toezichthouder gaf een gedetailleerde verklaring die door de rechtbank werd gevolgd, waardoor de bezorging aannemelijk werd geacht.
De Raad oordeelde dat appellante door niet te verschijnen haar medewerkings- en inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking van de bijstand was daarom terecht. De hersteltermijn was niet te kort en het bezwaar tegen het besluit werd ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de medewerkings- en inlichtingenverplichting wordt bevestigd.