ECLI:NL:CRVB:2020:1511
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde transacties motorvoertuigen
Appellante ontving bijstand die door het dagelijks bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant werd ingetrokken en teruggevorderd wegens niet gemelde transacties met motorvoertuigen die op haar naam stonden geregistreerd. Het dagelijks bestuur baseerde dit op gegevens van de RDW waaruit bleek dat appellante meerdere kentekens op haar naam had, met korte tenaamstellingsperioden die duidden op handelstransacties.
Appellante stelde dat zij slechts een vriendendienst had verleend en geen bemoeienis had met de voertuigen, maar kon dit niet aannemelijk maken. De getuige, de vermeende vriend, ontkende betrokkenheid en het verzoek om kentekens op naam te registreren. De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door deze transacties niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet vastgesteld kon worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De intrekking en terugvordering van bijstand over de transactiemaanden bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde handelstransacties met motorvoertuigen op naam van appellante wordt bevestigd.