ECLI:NL:CRVB:2017:2437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand en boete wegens verzwegen kentekenregistraties en handelstransacties
Appellant ontving bijstand van 1997 tot 2013 en had in de periode 2004-2013 vijftien kentekens op zijn naam geregistreerd, vaak kortstondig. Het college constateerde dat appellant geen melding maakte van deze kentekens en handelstransacties, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand en oplegging van een boete.
De rechtbank vernietigde de boete wegens procedurele fouten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht aannam dat appellant als tussenpersoon bij handelstransacties betrokken was en daarmee de inlichtingenverplichting schond. Appellant kon geen bewijs leveren dat hij recht had op bijstand over de betreffende maanden.
De Raad stelde vast dat appellant grove schuld had, maar geen opzet, en dat het boetebedrag op 75% van het benadelingsbedrag moest worden vastgesteld. De boete werd herzien naar €1.549,14. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €1.549,14 en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.