Uitspraak
19.3151 WAO
OVERWEGINGEN
CRvB: de) datum waarop de aanspraak op de uitkering ontstaat in de leeftijdsgroep valt van 33 tot 38 jaar, voor de duur van (niet meer dan) een half jaar recht heeft op een loondervingsuitkering.
CRvB: de) artikelen 21 en 21a van de AOW (
CRvB: WAO) is dat in eerste instantie aanspraak bestaat op een loondervingsuitkering. De duur van deze loondervingsuitkering wordt bepaald aan de hand van de leeftijd die verzekerde had op (
CRvB: de) dag met ingang waarvan hem
voor het eersteen arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend. Na afloop van de duur van de loondervingsuitkering heeft de verzekerde aanspraak op een vervolguitkering. Deze vervolguitkering duurt voort zolang aan de voorwaarden van het recht op WAO-uitkering wordt voldaan en het arbeidsongeschiktheidspercentage 15% of hoger is.