ECLI:NL:CRVB:2020:1807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum bijstand vanaf datum aanvraag, niet melding, geen bijzondere omstandigheden
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet, die werd ingetrokken wegens inkomsten uit arbeid. Na het einde van deze inkomsten meldden zij zich opnieuw voor bijstand, maar dienden de aanvraag pas drie weken na melding in, met een gewenste ingangsdatum terugwerkend tot het einde van de inkomsten.
Het college kende bijstand toe vanaf de datum van aanvraag en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de ingangsdatum onredelijk was en dat het college hen niet had geïnformeerd over een nieuwe aanvraag.
De Raad oordeelde dat de aanvraag niet spoedig genoeg was ingediend en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden voor terugwerkende kracht. Ook de stelling dat het college hen had afgehouden van een tijdige aanvraag werd niet onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand wordt vastgesteld op de datum van aanvraag en niet op de datum van melding, omdat appellanten niet spoedig genoeg de aanvraag indienden en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakten.