ECLI:NL:CRVB:2020:1857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de toepassing van Belgische wetgeving in AOW-zaken na eerdere uitspraak
In deze procedure heeft de Centrale Raad van Beroep de beroepen van eisers tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) beoordeeld. Deze besluiten verklaren de Belgische wetgeving voorlopig van toepassing op betrokkenen, ter uitvoering van een eerdere uitspraak van de Raad van 28 februari 2019.
Eisers stelden dat de besluiten onzorgvuldig tot stand zijn gekomen omdat de Svb niet vooraf overlegde met het Belgische orgaan, dat de toepasselijkheid van de Belgische wetgeving betwist. Tevens werd verzocht de behandeling aan te houden totdat duidelijkheid over de toepasselijke wetgeving zou zijn ontstaan.
De Raad oordeelde dat de behandeling niet hoeft te worden aangehouden, omdat de procedure zich beperkt tot de vraag of de Svb correct uitvoering heeft gegeven aan de eerdere uitspraak. De Raad zag geen onzorgvuldigheid in het besluitvormingsproces en achtte het niet noodzakelijk dat de Svb overleg pleegde met het Belgische orgaan voorafgaand aan de besluiten. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de besluiten van de Sociale verzekeringsbank worden bevestigd.