ECLI:NL:CRVB:2020:1913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische toetsing en toetsing Korošec-arrest
Appellant, laatstelijk werkzaam als monteur autotechniek, meldde zich ziek met de ziekte van Crohn en kreeg een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in geselecteerde functies en beëindigde daarom de uitkering. Appellant voerde aan dat zijn fysieke en psychische beperkingen, waaronder PTSS en een abces, onvoldoende waren meegewogen en vroeg om inschakeling van een deskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en het besluit van 19 februari 2018, maar verklaart het bezwaar tegen het besluit van 28 januari 2020 ongegrond. De Raad bevestigt dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd per 20 maart 2018, omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
De Raad toetst de zaak aan het Korošec-arrest en concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, dat er geen schending is van het beginsel van equality of arms en dat er geen aanleiding is voor inschakeling van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelt dat de geselecteerde functies passen binnen de belastbaarheid van appellant en dat zijn eerdere hervattingen in zwaardere functies deze conclusie niet ondermijnen.
Tot slot veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd per 20 maart 2018 na zorgvuldige medische beoordeling.