ECLI:NL:CRVB:2020:1964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op AOW met korting wegens verblijf in Suriname na invoering AOW
Appellante, geboren in Suriname en met de Nederlandse nationaliteit, verhuisde in 1971 naar Nederland. Haar AOW-pensioen werd met 4% gekort omdat zij tussen 1969 en 1971 niet in Nederland woonde en daardoor niet verzekerd was voor de AOW.
Zij maakte bezwaar tegen deze korting, stellende dat zij onrechtvaardig wordt behandeld omdat zij altijd de Nederlandse nationaliteit heeft gehad en premies zijn afgedragen. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel.
De Raad verwijst naar eerdere rechtspraak waarin is vastgesteld dat er geen ongerechtvaardigd onderscheid is tussen Nederlanders die na invoering van de AOW in 1957 in Suriname verbleven en anderen. De onafhankelijkheid van Suriname heeft geen invloed op de verzekeringspositie van appellante, die vanaf haar vestiging in Nederland verzekerd werd geacht.
De Raad benadrukt dat het wettelijk kader geen ruimte laat voor een speciale regeling en dat de wetgever tot op heden geen voorziening heeft getroffen. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.
Uitkomst: De korting op het AOW-pensioen van appellante wegens niet-verzekerde jaren tijdens verblijf in Suriname is terecht toegepast.