ECLI:NL:CRVB:2020:1988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.L. Abdoellakhan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na eerstejaars Ziektewet-beoordeling wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant, laatstelijk werkzaam als monteur telecommunicatie, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Het UWV stelde na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling vast dat appellant met beperkingen nog 76,74% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het onderzoek van het UWV en de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als zorgvuldig en juist beoordeelde. De rechtbank vond geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij door ernstige psychische en lichamelijke klachten niet kan werken. Ook stelde hij dat de zorg voor zijn partner hem overbelast en dat dit niet in de beoordeling mocht worden meegenomen.
De Raad onderschreef de eerdere oordelen en voegde toe dat de belasting door huishoudelijke taken buiten beschouwing moet blijven bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De medische stukken en het psychologisch onderzoek gaven geen aanleiding tot twijfel aan de juiste vaststelling van beperkingen. Het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.