ECLI:NL:CRVB:2020:209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korting AOW-pensioen wegens onterecht niet-verzekerde jaren
Appellante kreeg vanaf september 2013 een AOW-pensioen toegekend met een korting van 54% wegens 27 niet-verzekerde jaren. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had het vertrek van appellante uit Nederland in 1985 direct als definitief aangemerkt, waardoor zij niet als ingezetene werd beschouwd en geen AOW-verzekering genoot over die periode.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante vanaf haar vertrek in 1985 geen duurzame persoonlijke band meer met Nederland had. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel verzekerd bleef omdat haar vertrek niet definitief was en zij plannen had terug te keren. Zij voerde aan dat Nederland praktisch centrum was voor haar inkomsten.
De Raad overweegt dat op basis van alle omstandigheden, waaronder correspondentie waaruit blijkt dat de duur van haar opleiding onzeker was en tijdelijke huurders in haar woning verbleven, het vertrek niet direct definitief was. Pas vanaf haar afstuderen in februari 1988 verloor zij haar ingezetenschap. Na die datum had zij geen duurzame persoonlijke band meer met Nederland. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de Svb op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van dit oordeel.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit van de Sociale Verzekeringsbank wordt vernietigd.