ECLI:NL:CRVB:2020:2119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens te late aanvraag
Appellante is onder bewind gesteld door de kantonrechter en vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van bewindvoering over een periode voorafgaand aan haar aanvraagdatum. Het college wees de aanvraag af wegens te late indiening, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet verantwoordelijk was voor de vertraging omdat zij afhankelijk was van haar bewindvoerder. De Raad oordeelde echter dat het tijdig indienen van aanvragen tot de taak van de bewindvoerder behoort en dat vertragingen door verhuizing of begeleiderswissel onvoldoende zijn onderbouwd.
De Raad bevestigde dat bijzondere bijstand in principe niet wordt verleend voor kosten die zijn gemaakt vóór de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Die omstandigheden waren hier niet aanwezig, waardoor het hoger beroep werd verworpen.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door M. Hillen, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd wegens te late aanvraag zonder bijzondere omstandigheden.