ECLI:NL:CRVB:2020:2170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2011. In 2016 werd een anonieme melding gedaan dat appellant als vrachtwagenchauffeur werkte zonder dit te melden aan het college. Na onderzoek, inclusief bestuurderskaartgegevens en getuigenissen, stelde het college de bijstand stop en vorderde het de kosten terug.
Appellanten voerden aan dat de werkzaamheden als vriendendienst waren zonder loon, en dat zij niet geïnformeerd waren over de meldplicht. Dit verweer werd verworpen omdat het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden altijd relevant is voor bijstand, ongeacht de intentie of daadwerkelijke inkomsten.
De Raad oordeelde dat de bestuurderskaartgegevens onbetrouwbaar waren vanwege handmatige invoer en verschillen in urenregistratie. Appellanten konden niet aantonen dat zij recht hadden op bijstand over de periode. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 september 2020.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur wordt bevestigd.