ECLI:NL:CRVB:2020:2326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op 24-uurs zorg vanwege ernstige verstandelijke beperking
Betrokkene, geboren in 2007, vroeg op 7 maart 2017 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag op 1 juni 2017 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 11 december 2017. Betrokkene heeft een ernstige verstandelijke beperking, epilepsie, hemiparese links en gedragsproblemen.
Tijdens de beroepsprocedure overwoog de medisch adviseur van het CIZ aanvankelijk dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat betrokkene levenslang 24-uurs zorg nodig had. Latere medische adviezen van kinderneuroloog Braakman uit september 2018 concludeerden echter dat betrokkene functioneert op het niveau van een driejarige en een blijvende behoefte heeft aan 24-uurs zorg vanwege irreversibele hersenschade.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene vanaf de aanvraagdatum recht had op 24-uurs zorg en vernietigde het bestreden besluit. Het CIZ ging in hoger beroep, stellende dat pas met de nieuwe informatie uit 2018 duidelijkheid bestond over de noodzaak van 24-uurs zorg. De Raad oordeelde dat de relevante periode loopt tot 11 december 2017 en dat uit de medische gegevens blijkt dat betrokkene ook toen al een ernstige verstandelijke beperking had met blijvende zorgbehoefte.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wordt het CIZ veroordeeld in de proceskosten van betrokkene. De Raad benadrukt dat de zorgbehoefte van betrokkene levenslang is en dat het zorgprofiel VG Wonen met intensieve begeleiding passend is vanaf de datum van aanvraag.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CIZ wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat betrokkene vanaf 7 maart 2017 recht heeft op 24-uurs zorg.