ECLI:NL:CRVB:2020:2365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding terugvordering bijstand wegens recidive
Appellant ontvangt al geruime tijd bijstand en is meerdere malen terugvorderingen opgelegd wegens het niet of niet tijdig melden van inkomsten, gezamenlijke huishouding en detentie. Het college heeft het verzoek om kwijtschelding van de openstaande schuld afgewezen op grond van recidive, zoals bepaald in de beleidsregels WWB.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het eerdere besluit van het college omdat de beleidsregels niet waren overgelegd, maar het college heeft bij hernieuwd besluit het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. In hoger beroep stelt appellant dat het college het gunstiger beleid van 2004 had moeten toepassen en beroept zich op dringende redenen vanwege gezondheidsklachten en beperkte levensverwachting.
De Raad oordeelt dat het college terecht het verzoek heeft afgewezen vanwege recidive en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er dringende redenen zijn om van verdere invordering af te zien. Ook het betoog dat het college de schuld bij zijn toenmalige partner had moeten innen, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de teruggevorderde bijstand wordt afgewezen wegens recidive en het ontbreken van dringende redenen.