ECLI:NL:CRVB:2020:2409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante, geboren in 1993, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege ernstige lichamelijke klachten die haar arbeidsvermogen beperken. Het UWV wees de aanvraag af omdat verwacht werd dat zij na behandeling arbeidsvermogen zou kunnen ontwikkelen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het oordeel van het UWV terecht.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde aanvullende medische rapporten, waaronder een rapport van een autismepraktijk. Het UWV handhaafde haar standpunt met recente medische en arbeidsdeskundige rapporten. De Raad oordeelde dat het onderzoek volledig was en dat er geen reden was tot heropening.
De Raad stelde vast dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is omdat er nog behandelmogelijkheden zijn en geen sprake is van een progressief of stabiel ziektebeeld zonder behandelopties. De aangevoerde medische stukken boden onvoldoende grondslag om dit oordeel te wijzigen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.