ECLI:NL:CRVB:2020:2497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onjuiste urenregistratie
Appellant, werkzaam als [functie] bij een toezichthoudende organisatie, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Hij registreerde in de periode van juni 2015 tot november 2016 structureel uren als werktijd die hij niet had gewerkt, waaronder onterecht gecreëerde meeruren en onregelmatig gewerkte uren. Dit leidde tot een benadeling van de werkgever van minimaal circa € 5.381,16.
Hoewel appellant erkende de gedragingen te hebben verricht, betwistte hij dat sprake was van plichtsverzuim en stelde dat hij handelde volgens de regels zoals hij die begreep. De Raad oordeelde dat het appellant duidelijk had kunnen en moeten zijn dat hij de regels verkeerd interpreteerde, zoals beschreven in diverse interne regelingen en communicatie van leidinggevenden. Tevens had appellant bij onduidelijkheid contact moeten zoeken met zijn leidinggevende of personeelszaken.
De Raad verwierp het betoog dat het ontslag onevenredig was, mede vanwege de hoge eisen aan integriteit en betrouwbaarheid in zijn functie. Ook het argument dat de gebruikte gegevens in strijd met artikel 8 EVRM Pro waren verkregen, werd verworpen omdat alleen zakelijke ritten waren onderzocht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens omdat de situatie van appellant verschilde van andere gevallen.
De Raad concludeerde dat het onvoorwaardelijk ontslag terecht was opgelegd en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.