ECLI:NL:CRVB:2020:787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Lagas
- J.J.T. van den Corput
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim bij ambtenaren
Vier ambtenaren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit werden ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim na een intern en extern onderzoek naar onjuiste tijdregistraties en declaraties. Het plichtsverzuim bestond uit het structureel opgeven van niet-gewerkte uren als werktijd en het indienen van onterechte declaraties.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde de beroepen tegen het ontslag ongegrond en oordeelde dat de disciplinaire maatregel niet onevenredig was gezien de aard en ernst van het plichtsverzuim. In hoger beroep voerden de appellanten aan dat de regels onduidelijk waren en dat er geen kwade opzet was, maar de Raad verwierp deze argumenten.
De Raad stelde vast dat het voor appellanten duidelijk had kunnen en moeten zijn hoe zij hun werk- en reistijd moesten registreren en dat zij hun eigen verantwoordelijkheid hadden verzaakt door niet eerder vragen te stellen of hun gedrag te corrigeren. Ook het feit dat de minister hen niet eerder had aangesproken, maakte het ontslag niet onevenredig.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het onvoorwaardelijk ontslag en wees de beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van de appellanten wegens zeer ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.