ECLI:NL:CRVB:2020:2749
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Deels toewijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten Sociale Verzekeringsbank
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding van verzoekster tegen de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wegens onrechtmatige besluiten met betrekking tot haar nabestaandenuitkering. Partijen zijn het eens over de onrechtmatigheid van besluiten uit 2014 en 2015, die nadelige financiële gevolgen voor verzoekster hadden. De Svb erkent aansprakelijkheid en de verschuldigdheid van wettelijke rente over de na te betalen bedragen.
Verzoekster vordert vergoeding van diverse schadeposten, waaronder telefoon- en portokosten, leningen, extra vervoerskosten, medicijnkosten en immateriële schade wegens gezondheidsklachten en stress. De Raad beoordeelt deze posten en wijst vergoeding toe voor telefoon- en portokosten en administratiekosten, alsmede wettelijke rente over leningen. Andere posten, zoals vervoerskosten, medicijnkosten en immateriële schade, worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast wordt een vergoeding van € 4.500,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurs- en rechterlijke fase. Verzoekster wordt ook in de proceskosten van € 7.921,82 voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep tegemoetgekomen. Het verzoek om vergoeding van hogere proceskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden.
De Raad veroordeelt de Svb tot betaling van een schadevergoeding van € 500,-, een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 4.500,- en de proceskosten. Het overige schadeverzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: De Svb wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 500,-, een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 4.500,- en proceskosten van € 7.921,82; overige schadeverzoeken worden afgewezen.