ECLI:NL:CRVB:2020:3134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J.P.M. Zeijen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen binnen vijf jaar
Appellant, voormalig postpakketverwerker, meldde zich in 2009 ziek met psychische klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na meerdere meldingen van vermeende verslechtering en daaropvolgende onderzoeken, oordeelde het UWV telkens dat de toegenomen klachten niet voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na de oorspronkelijke beoordeling op 29 augustus 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat geen aanwijzingen bestonden voor een verslechtering binnen de gestelde termijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en dat de verslechtering binnen de termijn had plaatsgevonden, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek, hoorzitting en aanvullende medische informatie. De Raad concludeerde dat er geen medische aanwijzingen waren voor een verslechtering vóór 29 augustus 2016 en wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.