ECLI:NL:CRVB:2020:3236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor griffierechtkosten bij meerdere procedures
Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van griffierecht voor meerdere procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het college heeft deze aanvragen afgewezen omdat de kosten niet noodzakelijk werden geacht.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar het college heeft deze bezwaren ongegrond verklaard. Vervolgens heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Noord-Nederland, die de beroepen ongegrond verklaarde. In hoger beroep heeft appellant zich tegen deze uitspraken gekeerd.
De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of de griffierechtkosten noodzakelijk waren in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet. Volgens vaste rechtspraak is noodzaak aanwezig bij rechtsbijstand via toevoeging, maar bij ontbreken daarvan moet de betrokkene de noodzaak aannemelijk maken. Appellant heeft echter geen concrete argumenten over de noodzaak van de procedures gesteld, ondanks ernstige beschuldigingen. Daarom zijn de hoger beroepen ongegrond verklaard en zijn de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor griffierechtkosten wegens onvoldoende aannemelijkheid van noodzaak.