ECLI:NL:CRVB:2020:3286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling en oplegging boete wegens niet-melding bezit onroerend goed in Turkije
Appellante ontving vanaf 2011 een AIO-aanvulling naast haar ouderdomspensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van deze aanvulling, waarbij bleek dat appellante niet had gemeld dat zij een appartement in Turkije bezat.
De Svb legde daarop de AIO-aanvulling over de periode 2011-2016 terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellante voerde aan dat de waardeontwikkeling van het appartement op basis van haar ozb-aangifte nader onderzocht had moeten worden, maar deze stelling werd verworpen omdat de bewijslast voor de waardeontwikkeling bij haar ligt.
De Raad oordeelde dat de belastingwaarden niet toereikend zijn om de waardeontwikkeling te bepalen en dat de boete proportioneel was gezien de ernst van de overtreding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de AIO-aanvulling en boete worden bevestigd.