Betrokkene en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Het college voerde in het postcodegebied 5654 het project GALOP II uit om fraude en misstanden te bestrijden. Hierbij werd gebruikgemaakt van risicoprofielen en zogenaamde verwonderadressen, waaronder het adres van betrokkene. Op 18 april 2017 vond een huisbezoek plaats, gevolgd door verzoeken om aanvullende gegevens en uiteindelijk opschorting en intrekking van de bijstand.
De rechtbank oordeelde dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat niet was voldaan aan 'informed consent' en dat de verkregen gegevens onrechtmatig waren. Het college stelde dat het huisbezoek rechtmatig was en dat vervolgonderzoek los daarvan kon plaatsvinden. Betrokkene stelde dat de selectie voor het huisbezoek discriminerend en oncontroleerbaar was.
De Raad concludeert dat het college onvoldoende transparantie bood over de selectiecriteria van verwonderadressen en dat het vermoeden van discriminatie niet kon worden ontzenuwd. Het huisbezoek en daarop volgende onderzoekshandelingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen onrechtmatig verkregen bewijs. Hierdoor rust de besluitvorming niet op rechtmatig bewijs, wat niet kan worden hersteld.
De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de bijstand en vernietigt het besluit van 5 juli 2019. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene. Deze uitspraak benadrukt het belang van transparantie en rechtmatigheid bij het gebruik van risicoprofielen en huisbezoeken in sociale zekerheidscontroles.