ECLI:NL:CRVB:2020:332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op bijstand wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet, aanvankelijk als alleenstaande en later als alleenstaande ouder. Na onderzoek door het dagelijks bestuur werd geconcludeerd dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, die in Zwitserland woont en werkt. Hierdoor werd de bijstand beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of op de datum van het bestreden besluit, 20 maart 2018, sprake was van duurzaam gescheiden leven. Volgens vaste rechtspraak vereist dit dat echtgenoten het samenleven willen verbreken en ieder een eigen leven leidt alsof niet gehuwd.
Uit verklaringen bleek dat appellante en haar echtgenoot regelmatig contact hadden, hij de kinderen bezocht en er plannen waren om samen te wonen. Dit leidde tot de conclusie dat niet voldaan was aan de criteria voor duurzaam gescheiden leven. Het hoger beroep werd afgewezen en de beëindiging van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het recht op bijstand is terecht beëindigd omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.